FilmMagie-logo-white

Un condamné à mort s'est échappé ou Le vent souffle où il veut

(1956,
Frankrijk)
(1956,
Frankrijk)
2005

Regisseur

Robert Bresson

Producer

Scenario

Robert Bresson, naar het boek van André Devigny

Acteurs

François Terrier, Laurent Monod

Cinematografie

Montage

Muziek

Prijzen

Filmduur

Het meesterwerk van Robert Bresson uit 1956 UN CONDAMNÉ À MORT S’EST ÉCHAPPÉ is gebaseerd op de gelijknamige autobiografie van André Devigny die in hetzelfde jaar uitkwam en vertelt over zijn ervaring als Franse verzetstrijder tijdens WO II. Meer bepaald gaat het boek over zijn wedervaren als gevangene en zijn ontsnappingspoging uit het door Klaus Barbie geleide Gestapo-fort Montluc in Lyon in 1943. Hoewel de adaptatie van Bresson de details van het boek respecteert – hij filmde onder meer in Montluc zelf – accentueert Bresson voornamelijk de metafysische aspecten en maakt hij van het verhaal een meditatie over existentiële en spirituele thema’s aan de hand van de simpele, routineuze handelingen van de protagonist en de fysieke materialen die hij hanteert.
Het samenspel tussen het fysieke dat zich voor de lens afspeelt en het spirituele dat vaak in de voice over te horen is, doet een pakkende paradox ontstaan in de hele film.

In de openingsscène wordt luitenant Fontaine, het hoofdpersonage dat de camera onafgebroken in beeld neemt, naar Montluc gereden, geflankeerd door twee geboeide gevangenen. Bresson creëert spanning wanneer Fontaine naar de straat kijkt en de portiergreep vastgrijpt. Net wanneer een tram passeert en de auto moet stoppen, zwaait Fontaine het portier open en loopt hij de vrijheid tegemoet. Niet voor lang. Bresson’s camera staart, net als de andere gevangenen, onbewogen verder zonder naar de actie te draaien. Geweerschoten buiten beeld weerklinken en figuren lopen heen en weer. De camera blijft onbeweeglijk. Binnen enkele momenten wordt Fontaine weer aangehouden en terug naar de auto gebracht. De compositie wordt als het ware weer hersteld en de eerste ontsnappingspoging zit er reeds op. Hij wordt neergeslagen en het transport vervolgt. In deze eerste scène zet Bresson de spanning tussen blind geluk en onontkoombaar lot uiteen.

UN CONDAMNÉ À MORT was de eerste film van Bresson met een volledige niet-professionele cast wat zijn volwassen esthetiek definitief fixeerde: weinig diepte in de compositie, geautomatiseerde en nauwelijks emotionele vertolkingen, een grote afhankelijkheid van geluidseffecten met voornamelijk geluid buiten beeld (offscreen), geïsoleerde muziekfragmenten, korte dialogen en weerkerende montages die de dialoog wegnemen, wat het mysterie vergroot en sensatie uit de weg gaat.

De film beperkt zich tot de onmiddellijke ruimte rond Fontaine. Let vooral op de ingenieuze manier waarop Bresson gebruik maakt van zogenaamde ‘intraframing’: kaders binnen het beeldkader creëren. Bijvoorbeeld door een actie te laten afspelen binnen een vensterraam, door te filmen door een deuropening, door gedeelten van het beeld te laten verdwijnen in de schaduw, door het schijnsel van lampen in de nacht.

Het vergroot het gevoel van gevangenschap, claustrofobie en uitzichtloosheid.
Tevens wordt de kijker gedwongen mee te kijken door de ogen van Fontaine.
Opgesloten in een betonnen, kale cel met niet meer dan een bed en een getralied venster dat uitkijkt op het binnenplein dat geregeld als executieplaats dienstdoet, deelt de kijker in het plezier van Fontaine’s kleinste ontdekkingen of veroveringen: een potlood, een lepel, een doos kleren.
Het geluid openbaart een schat aan informatie voor Fontaine: in welke buurt bevindt de gevangenis zich, wat omgeeft de gevangenis, wie is dichtbij of veraf, wat doen ze.

De structuur van de film doet het verhaal evolueren van wanhoop naar hoop, van isolatie naar gemeenschap. Fontaine begint alleen en ontwikkelt traag een netwerk van relaties in de hele gevangenis door bijvoorbeeld op de muren van zijn cel klopsignalen te geven (uitgerekend de middelen die dienen om iemand op te sluiten worden instrumenten om te communiceren) of door te praten via de ramen met zijn buur Blanchet (Maurice Beerblock), die hij nooit te zien krijgt en die aanvankelijk weigert te spreken.
Naarmate Fontaine’s ontsnappingsplannen ernstiger lijken te worden, begint Blanchet hem te geloven. Wanneer een vluchteling faalt in zijn ontsnappingspoging levert deze aan Fontaine cruciale informatie voor diens eigen plannen. Blanchet merkt op dat deze gevangene moest falen opdat Fontaine zou kunnen slagen.

André Devigny stierf in februari 1999 op zijn 82ste, Robert Bresson enkele maanden later.

Nico Krols en www.filmjourney.com