FilmMagie-logo-white

Tsotsi

(2005,
Zuid-Afrika, UK)
(2005,
Zuid-Afrika, UK)
09 januari 2007

Regisseur

Gavin Hood

Producer

Peter Fudakowski

Scenario

Gavin Hood – naar de roman van Athol Fugard

Acteurs

Presley Chweneyagae (Tsotsi), Terry Pheto, Kenneth Nkosi, Mothusi Magano, Zenzo Ngqobe, Zola, Rapulana Seiphemo, Nambitha Mpumlwana, Nonthuthu Sibisi, Nthuthuko Sibisi, Jerry Mofokeng, Ian Roberts, Percy Matsemela, Benny Moshe, Thembi Nyandeni, Israel Makoe, Sindi Shambule

Cinematografie

Montage

Muziek

Prijzen

Filmduur

De baby-verlosser

Tsotsi (wat gangster betekent) gaat met de allure van een zware jongen door het leven. Hij is nog jong, maar vastberaden zich van zijn slechtste kant te laten zien. Hij gaat rovend en moordend door het leven en voert enkele ruggengraatloze trawanten aan. Om zich te bewijzen pleegt hij een carjacking in een rijke wijk van Soweto waarbij hij de eigenares van de wagen neerschiet.
Ver geraakt Tsotsi niet. Zonder het te weten heeft hij de baby van de vrouw meegenomen die op de achterbank ligt. Van het schrikken rijdt hij de auto in de prak. Voor het eerst toont Tsotsi enige menselijkheid wanneer hij beslist de baby niet aan zijn lot over te laten. Hij neemt hem mee, maar heeft geen notie hoe hem te verzorgen. De wapentaal is de enige taal die Tsotsi kent en onder druk maant hij een jonge alleenstaande moeder aan de kleine te verzorgen. Uiteraard is intussen de politie gealarmeerd en op zoek naar de baby en zijn gijzelhouder. De hulpeloze baby doet Tsotsi aan zijn eigen traumatische kindertijd denken waar hij fysiek en mentaal van is weggevlucht.
De verzorging door de surrogaatmama vertedert hem, en ook al weigert hij haar voorstel de baby terug te brengen, vroeg of laat moet Tsotsi tot inkeer komen.

Het Zuid-Afrikaanse Tsotsi balanceert op het randje van het melodramatische wanneer Tsotsi een beter mens lijkt te worden. Hij blijft echter een gewetenloze crimineel met wie je moeilijk sympathiseert. Wanneer hij zijn bendelid Butcher koelbloedig neerschiet omdat die de vader van de baby koud wil maken, houdt hij het er simpelweg op dat hij toch maar een klootzak was. Tsotsi, waarin Presley Chweneyagey moeiteloos debuteert als het hoofdpersonage, stopt ook precies waar het moet eindigen en laat in het ongewisse hoe het verdere leven van de jongen er zal uitzien.
Dat is misschien maar goed ook, want er is weinig waarin dit eenvoudige opgroeiverhaal van het formulematige afwijkt. Zo uitzonderlijk is het niet dat Tsotsi de Oscar voor niet-Engelstalige film heeft gewonnen. Zowel wat visuele stijl als narratieve structuur betreft, klopt Tsotsi aan bij de conventionele Angelsaksische filmcultuur. Op zich is daar uiteraard niks mis mee, zolang de uitvoering kwalitatief is. En dat is ze zeker.

Zowel het thema van een jonge gangsterbende in een sloppenwijk als de dreunende soundtrack met de gangsta rap-achtige Kwaito-ritmes van de townships doen je dan weer onwillekeurig vergelijken met het Braziliaanse Cidade de deus dat twee jaar geleden wel meer creatieve risico’s ondernam, maar naast de prijs greep. Tsotsi is gebaseerd op het boek van Athol Fugard over het gettoleven in Sophiatown, Johannesburg, maar verplaatst het verhaal van de vroege jaren zestig naar onze tijd.
In het boek sterft de hoofdfiguur wanneer hij de baby wil redden. Dit einde werd ook op pellicule gezet, maar uiteindelijk werd voor een ander slot gekozen. Gelukkig voelt dat niet aan als een compromis. Van een happy end kan je immers niet spreken, wel van een ultieme verlossing.

Nico Krols in De Morgen, 19 april 2006