FilmMagie-logo-white

The Long Day Closes

(1992,
UK)
(1992,
UK)
11 januari 1994

Regisseur

Terence Davies

Producer

Scenario

Terence Davies

Acteurs

Leigh McCormack (Bud), Marjorie Yates (Bud’s moeder)

Cinematografie

Michael Coulter

Montage

William Diver

Muziek

Bob Last

Prijzen

Filmduur

82 min

Een kind, een jongen van 11 jaar, bekijkt en beluistert de wereld van de grote mensen.  The long day closes is geen filosofische prent over de universele thema’s maar een uitgepuurde reeks associatieve beelden uit de herinnering van één man: Terence Davies.

De wereld van Bud ligt besloten in de volkse wijk Cannon Kennedy in Liverpool.  Hij leeft in Kensingtonstreet met zijn moeder, broers en zusters, wordt geconfronteerd met de harde wereld van de ‘grote’ school en droomt weg in de bioscoop.  Terence Davies schenkt ons een blik op zijn jeugd, niet meer maar ook niet minder.  Er is geen plot, geen verhaal.  The long day closes is een lange doch mooie wandeling van een kind dat groot wordt in de jaren 55-56.

De vergelijking met Distant voices still lives, de vorige prent van Davies, dringt zich op.  The long day is veel intimistischer.  De ruwe grauw­heid en het gesuggereerde geweld in het gezin van Distant voices zijn verdwenen of beter, vervangen door het keiharde, streng katholieke regime van de ‘grote’ school.  Zo worden twee werelden bij elkaar geplaatst.  De ene leefomgeving is die van het gezin, opgehangen aan de aanwezige moeder.  Zij staat door haar zorg voor het gezin borg voor geborgenheid, tederheid.  Ze zal geen onvertogen woord spreken.  Als ze al iets vraagt dan ligt er zoveel liefde in haar stem dat neen zeggen niet denkbaar is.  Terence Davies brengt deze vrouw prachtig in beeld.  Wanneer ze afwast, zacht een liedje zingend, is een vergelijking met een portret van Vermeer niet ver weg, mede ook door de gekozen invalshoek van het licht.

Recht daartegenover staat de onverbiddelijke, onpersoonlijke wereld van de grote school.  Lijfstraffen, het lof en biecht zijn er even gewoon en saai als de oervervelende lessen over erosie.  Het is overigens een boeiende gedachte je af te vragen of Terence Davies niet moedwillig het thema van erosie, vervlakking of uitvagen heeft gecombineerd met het verstikkende katholieke schoolsysteem.  Ook in deze wereld duikt een beeld uit de schilderkunst op.  De gekruisigde Christus wordt zo gefilmd dat Hij even lijkt op de Kruisiging van Salvator Dali.

In deze beide werelden evolueert de jonge Bud, hij kijkt toe, vanachter hekken, vanuit vensters, als een verwonderd joch.  Komen we even terug op de twee beelden uit de schilderkunst, Vermeer en Dali: beide beeldsequenties eindigen met een shot op Kevin, Bud’s oudere broer.  Ook helemaal in het begin krijgen we een zicht op Bud die Kevin aan het werk ziet, als metselaar.

En daarmee zitten we op een ander spoor voor de film.  Naast de tegenstelling van het warme gezin versus de kille school, is er de wereld van de kleine onbeduidende Bud en die van de grote mensen die uitgaan, leven, zingen en genieten.  Deze kloof overbrugt Bud door de verbeelding, de fantasie, de bioscoop.

Bud droomt van dingen die onbereikbaar zijn: hij moet wachten tot een volwassene hem mee wil nemen naar de film, zijn vriendjes zien hem niet staan.  Bijzonder schrijnend is dat ook hij luizen heeft, terwijl je toch verwacht dat in een zo zorgzame thuis hij daarvan zou zijn gespaard.  Temidden van dit droeve bestaan, veelvuldig overgoten met striemende regen droomt Bud weg.  Hij ziet in een droombeeld een schip dat vaart, een groot schip op weg naar verre verten.  Een onbereikbare toekomst, zoals hij nooit zal kunnen wonen in Kensington (de chique straat van Liverpool) maar zal moeten blijven bestaan in Kensingtonstreet.

Toch word je niet moedeloos van deze film.  Integendeel, we zien mensen die leven en genieten.  Ze houden zich allen overeind, niet met de moed der wanhoop maar met de liefdevolle koestering van de tradities.  Zo zingen ze liedjes die hun ouders zongen, die grootvader O’Brien al zong, zo wil moeder geen afscheid nemen van de oubollige kerstballen omdat ze een betekenis hebben.  Misschien betekent dat niet veel, maar het betekent wel iets.  Wellicht evenveel als die lichtstraal die de jonge Bud naar de hemel zendt, omdat ze volgens de natuurkundige wetten wel ergens anders gezien zal worden.  Die zelfde lichtbundel wordt ook op ons gericht, letterlijk dan, alsof Davies ons niet alleen wil vertederen met prachtige beelden en muziek maar ons ook wil overtuigen dat een warme en geborgen thuis, hoe schraal in materieel comfort ook, een basis is en blijft om een levenskunstenaar te worden.

                                                               Jan Jacobs, medewerker van KFL – Antwerpen