FilmMagie-logo-white

Spring, Summer, Fall, Winter and ... Spring again (Bom Yeoreum gaeul gyeoul geurigo bom)

(2003,
Zuid-Korea – Duitsland)
(2003,
Zuid-Korea – Duitsland)
2005

Regisseur

Kim Ki-duk

Producer

Scenario

Kim Ki-duk

Acteurs

Oh Yeong-su, Kim Johg-ho, Seo Jae-gyeong, Kim Yeong-min, Kim Ki-duk

Cinematografie

Baek Dong-Hyeon

Montage

Kim Ki-duk

Muziek

Prijzen

Filmduur

103 min

CINEAST

Met zijn vierde langspeler THE ISLE won de Koreaanse autodidact Kim Ki-Duk – ex-straatvechtertje – in 2001 de hoofdprijs op het Festival van de Fantastische Film in Brussel. Toch duurde het nog tot begin 2003 vooraleer deze gruwelijk mooie lyrische film bij ons in de zalen kwam. De schrijnende en tegelijkertijd poëtisch verbeelde liefdesgeschiedenis bevat twee van de meest omstreden scènes van de laatste jaren waarin een stel zichzelf met vishaakjes gruwelijk verminkt. Deze film was een exponent van een tot dan toe vrij consistent oeuvre waarin Kim op een eigen, oprechte, gedurfde en soms provocerende stijl op zoek ging naar menselijke verhoudingen en relaties. Hierbij richtte hij zijn focus vooral op mensen in de marge van de maatschappij: op sociale outcasts. Dat resulteerde vaak in een extreem gewelddadig en subversief beeld van de menselijke aard.

Drie jaar en vier films later krijgen we een heel ander universum te zien.
In zijn achtste film, SPRING, SUMMER, FALL, WINTER… AND SPRING geen outcasts meer, maar mensen in volledige harmonie met de wisselende seizoenen en de veranderende natuur, in een universeel en van het zenboeddhisme doordrongen verhaal, een kalme en intieme film, mijlenver verwijderd van de donkere romantiek van de voorgangers. Ergens tussen de Koreaanse bergen ligt een rustiek meer, waarop een Boeddhistische tempel drijft, beheerd door een volwassen monnik en zijn zeer jeugdige leerling. In vijf delen toont Kim Ki-Duk hoe de twee de cycli des levens doorlopen en door schade en schande een zuiverheid van de ziel trachten te bereiken.

VERHAAL

Lente. Het kind gedraagt zich wreed, maar eigenlijk onschuldig, niet bewust.
Het beseft zijn fout pas wanneer het als straf dezelfde kwelling moet ondergaan.
Zomer. De komst van een knappe jonge vrouw, wiens ‘vergiftigde ziel’ door Boeddhistische rituelen gereinigd moet worden, dreigt de relatie te verstoren tussen de oude leraar en zijn adolescente leerling, wiens hormoonhuishouding danig ontregeld raakt.
De 17-jarige beleeft de amour fou als een spel, puur en zonder de codes ervan te kennen.

Herfst. Passie, bezitterigheid en obsessioneel gedrag hebben intussen tot moord geleid. De oude monnik verhindert de ondertussen 30-jarige monnik zelfmoord te plegen en verplicht hem te boeten.
Winter. De rijpere monnik vindt de tempel verlaten en onderkomen terug. Hij denkt aan alles wat er in zijn jeugd is gebeurd. Verdriet en berouw leiden tot strenge ascese en boetedoening.
Lente. Alles herbegint met de geboorte van een nieuw kind.

BESPREKING

Er valt wat af te dingen op de keren dat Kim de symboliek wat al te zwaar aanzet, en er treedt sporadisch ergernis op door de wat prominent aanwezige soundtrack. Doch één ding valt Kims films nimmer te ontzeggen: ze zijn goudeerlijk en komen recht uit het hart.
Ook dit portret van meester en leerling is doordrenkt van een oprechte liefde voor mens en natuur, waardoor de ergernis snel vergeten wordt. Vooral de openingsscènes zijn aangrijpend: de monnik brengt het piepjonge knaapje op genadeloze wijze bij dat het kwellen en doden van dieren een levenslange bevlekking van de geest oplevert. De scène is sober, stil en uiterst doeltreffend – er gaat een wijsheid en tragiek van uit die doet denken aan de spirituele passages in het oeuvre van Andrei Tarkovski, en dat is een compliment dat schrijver dezes niet snel durft te geven.
De vijf delen van deze film (waarvan Kim zelf in het laatste stuk de hoofdrol speelt) kennen wel meer van dit soort momenten, die tot nadenken over de eigen sterfelijkheid stemmen. Daarbij ziet alles er prachtig uit, zoals we zo langzamerhand van Kim gewend zijn: de fotografie van Baek Dong-Hyeon verleent vrijwel ieder shot een soort natuurlijke esthetiek.

Mike Lebbing in De Filmkrant, maart 2004

Het tijdloze en universele aspect wordt extra benadrukt door de cyclische vertelstructuur. Het verhaal vertelt over de gevoelens die de mens ervaart in die stadia van het leven en hoe hij daarmee leert omgaan: vreugde, liefde, pijn, verdriet en woede. Van het niet beter weten en de wreedheid van de onschuld van een kind, via het inzicht in fouten, het leren tonen van berouw en de bereidheid tot boetedoening van een volwassene tot de rijpheid en wijsheid van de oude man.
Niet alleen de structuur maar ook de locatie heeft zijn belang.
Het drijvend tempeltje werd speciaal gebouwd op een 200 jaar geleden kunstmatig aangelegd meertje en geeft samen met de overweldigend mooie omringende natuur de film nog een extra, bijna mystieke dimensie. Cineast Kim Ki-Duk: “Men vraagt me vaak naar het verband met het eilandje in The Isle. Maar er is geen verband, het is louter toeval. Ik voel me gewoon meer op mijn gemak aan de waterkant. Het gebruik van water is natuurlijk niet toevallig. Het tempeltje staat niet vast, het drijft. Iedere morgen wanneer men opstaat kan men naar de vier windstreken kijken. Dat betekent twee dingen: enerzijds onderstreept de constante verandering van standpunt de vrijheid van geest, anderzijds verbindt het tempeltje de protagonisten altijd met iets. We zijn m.a.w. altijd tegelijkertijd vrij en gebonden”.

Ook opvallend is dat de hoofdpersonages weinig spraakzaam zijn. Kim: “Ze zijn diep gekwetst door iets of voelen zich verraden. Ze hebben geen vertrouwen meer in hun medemens. Bovendien geloof ik niet meer in het gesproken woord. Doorheen de eeuwen heeft men alsmaar meer talen uitgevonden. Ik heb het gevoel dat we de zuiverheid, de onschuld van taal kwijt zijn. Ik denk dat lichaamstaal zuiverder is en op een natuurlijkere en oprechtere manier gevoelens kan uitdrukken“.

Kim Ki-Duk was tot nu toe een vrij gecontesteerde filmer. SPRING, SUMMER, FALL, WINTER… AND SPRING bewijst wat velen al dachten en waar anderen nog van overtuigd moesten worden: hij is een van de grootste talenten van de hedendaagse Zuid-Koreaanse cinema. Op basis van een knap gestructureerd scenario maakt hij van een vrij eenvoudig en in se rechtlijnig gegeven een meeslepende film. De schitterende fotografie en dito soundtrack maken deze universele en met humor overgoten fabel tot een unieke zintuiglijke ervaring, een oase van rust in onze jachtige samenleving.

Erwin Lormans in Film en Televisie, april 2004 (nr. 541)