FilmMagie-logo-white

Paranoid Park

(2007,
Frankrijk, USA)
(2007,
Frankrijk, USA)
2008

Regisseur

Gus Van Sant

Producer

David Cress,Neil Kopp

Scenario

Gus Van Sant naar de novelle van Blake Nelson

Acteurs

Gabe Nevins (Alex), Daniel Liu (Detective Richard Lu), Taylor Momsen (Jennifer), Jake Miller (Jared), Lauren McKinney (Macy), Winfield Jackson (Christian), Joe Schweitzer (Paul), Grace Carter (Alex’s Mom), Scott Patrick Green (Scratch), John Michael Burrouwes (Security Guard), Jay ‘Smay’ Williamson (Alex’s Dad), Dillon Hines (Henry), Emma Nevins (Paisley), Brad Peterson (Jolt), Emily Galash (Rachel)

Cinematografie

Christopher Doyle, Rain Kathy Li

Montage

Gus Van Sant

Muziek

Prijs 60ste verjaardag Cannes 2007

Prijzen

Filmduur

85 min

PARANOID PARK is een soort ‘Crime and Punishment’ in de wereld van skateboarders” aldus Gus Van Sant. De in Cannes bekroonde cineast draaide, in zijn geliefde Portland en met Frans geld, een meeslepend psychodrama over de obsessieve mentale zwerftocht van een solitaire adolescent in de greep van misdaad en straf, schuld en boete.

Poëtisch in beeld gebracht door Chris Doyle.

Film als nachtmerrie, als eindeloze en traumatische zoektocht. Dat lijkt het weerkerende obsessieve motief doorheen het recente werk – van GERRY over ELEPHANT en LAST DAYS tot PARANOID PARK – van Gus Van Sant. De cineast uit Portland verwijdert zich in de 21ste eeuw alsmaar verder van het Hollywood dat hij met GOOD WILL HUNTING en FINDING FORRESTER ooit leek te gaan veroveren. Zijn nieuwste is andermaal een experimentele studie over vervreemding. Een in zowel Super 8 als 35 mm gefilmd en door amateurs (o.m. gerekruteerd via MySpace.com) vertolkt intens en subjectief jongerenportret.

PARANOID PARK vertelt het tragische verhaal van een eenzame adolescent, een skateboarder (en dus outsider) die ‘per ongeluk’ een doodslag begaat en die misdaad tracht te verwerken. Alex is als teenager gebiologeerd door Paranoid Park, een door marginale jongeren illegaal gebouwde skatetrack, metaforisch gelegen “aan de verkeerde kant van de spoorweg”.

Op een zaterdagavond laat hij er zich overhalen om stiekem mee te ‘surfen’ met een trein. Wanneer een veiligheidsagent opduikt, weert Alex de spelbreker af, waardoor die op de sporen valt en wordt overreden door een trein. Het in twee gesneden lichaam van de zieltogende man levert een voor Van Sant verrassend gore beeld op.
Niet dat hij plotseling gedreven wordt door sensatiezucht. Het gruwelbeeld is vooral traumatisch, een moreel gekleurde herinnering aan een impulsief ongeval dat door de geest van Alex spookt. Terwijl hij verscheurd wordt tussen de nood om te biechten en angst voor de gevolgen van een bekentenis. Alex zal uiteindelijk zwijgen omdat hij niet weet tegen wie hij iets kan vertellen. Via dat nowhere to run-gevoel vormt zich een beeld van het intieme universum van Alex. We zien zijn interactie (of gebrek aan) met kompaan Jared en vriendin Jennifer, zijn haperende communicatie met veelal afwezige (gescheiden) ouders. Dat gebeurt gradueel, want Van Sant switcht tussen voor en na het dramatisch scharniermoment.

In tegenstelling tot Blake Nelsons boek wordt het verhaal immers niét lineair verteld. De narratieve structuur lijkt op een skateparcours: sprongen, breuken en cirkels verplaatsen ons in tijd en plaats. Alsof de verteller zich in het midden van het verhaal ineens dingen uit het verleden herinnert. Ondanks dit heen en weer gaan krijgt de chaos na verloop van tijd een herkenbare vorm. Vanuit emoties groeit een verhaal met tragiek en liefde. De, i.t.t. het hypnotische drieluik GERRY-ELEPHANT-LAST DAYS, schijnbaar onsamenhangende vertelstijl van PARANOID PARK past perfect bij de verwarde adolescent en zijn ontwrichte wereld.

Maar heterogeen is niet synoniem voor willekeurig en betekenisloos. Van Sant verankert zijn gedeconstrueerd verhaal in het trauma, het gruwelbeeld dat de realiteit introduceert in de verbeelding van een skater die aan zijn bestaan wil ontsnappen via kunstige acrobatieën.
Alle narratieve lijnen vertrekken vanuit dat centrale morbide beeld, weg van de dood die de zwerftochten in Van Sants drieluik afsloot, richting liefde en hoop. Van Sant duikt in de geest van de ‘onschuldige moordenaar’ om zijn paranoia, twijfel en angst tastbaar te maken.
Een subjectieve trip versterkt door beeld en geluid. De impressionistische visuele stijl (met o.m. slowmotion) wordt gekoppeld aan expressionistische sound design. Vooral de creatieve aanwending van klank is opmerkelijk. Muziek wordt contrapuntisch gebruikt terwijl uitvergrote geluiden de geestesgesteldheid van Alex weerspiegelen.
Wanneer hij (mentaal) instort onder de douche is Hitchcock niet ver weg. Een stortvloed van elektronische geluiden (à la Bernard Herrmann in THE BIRDS) benadrukt de ‘misdaad’, de ‘schuld’ van de jongeman. In een morele film – zonder gemoraliseer – is een aan Hitch verwant traumatisch gebruik van geluid (en beeld) geen toeval. De jongeren, die Van Sant zo fascineren, bewegen tussen doofheid en verhoogde gehoorscherpte, tussen blindheid en verscherpte waarneming, tussen gevoelloosheid en hypersensibiliteit. Tussen slachtoffergevoel en verantwoordelijkheidszin.

In PARANOID PARK nemen skateboards de plaats in van de geweren van ELEPHANT maar de malaise blijft. Ondanks de hoop.

Ivo De Cock in filmmagie