Mogari no mori (The Mourning Forest)

Frankrijk - Japan 2007

 97 minuten
Regie: Naomi Kawase
Scenario: Naomi Kawase
Montage: Tina Baz, Yuji Oshige
Met: Yoichiro Saito (Machiko's husband), Kanako Masuda (Mako), Machiko Ono (Machiko), Shigeki Uda (Shigeki), Makiko Watanabe (Wakako)
Fotografie: Hideyo Nakano
Muziek: Masamichi Shigeno
Productie: Christian Baute, Naomi Kawasi
Prijzen:  
 
Links: www.mogarinomori.com

    

 

 

Hieronder de bespreking bij de voorstelling van FilmMagie Antwerpen


Tijd en ruimte vloeien in elkaar over in het onmetelijke groen van Naomi Kawase's sublieme The Mourning Forest. Een aardse meditatie over rouw en verlossing. Het is verleidelijk om je bij het beschrijven van The Mourning Forest in lyriek te verliezen. De nieuwste film van de Japanse regisseuse Naomi Kawase (1969) is zo adembenemend dat woorden eigenlijk te kort schieten om alle kleuren groen te beschrijven die zij in het woud nabij haar geboorteplaats Nara als een filmische symfonie met elkaar in stemming heeft gebracht. Het Ýs ook een lyrische film. Lyrisch en intu´tief, zoals veel van haar werk, dat altijd hoogstpersoonlijk en abstract tegelijkertijd is, en vol van een letterlijk natuurlijke spiritualiteit.

 

Hiernumaals

The Mourning Forest volgt een oudere man en zijn jonge begeleidster Machiko het bos van Nara in. Ze wonen in een idyllische (binnen de Japanse context niet realistische!) leefgemeenschap waar veelal demente bejaarden hun laatste dagen doorbrengen. Allebei hebben ze een naaste verloren en allebei lijden ze nog onder dat verlies. Voor Shikegu is het bijna 33 jaar geleden dat zijn vrouw stierf en dat is volgens het Japanse boeddhisme het moment waarop haar ziel definitief naar het hiernamaals zal vertrekken. Nog een keer wil hij daarom haar graf bezoeken. Hij ontsnapt en er zit voor zijn verzorgster niets anders op dan hem achterna te gaan het bos in, waar zij zullen verdwalen en samen een etmaal zullen doorbrengen.
Dat bos is de eigenlijke film. Een plek die groeit en leeft. Die elke keer als je ernaar kijkt andere geheimen prijsgeeft. Een hiernumaals dat zich aan alle wetten van tijd en ruimte onttrekt, net zoals Kawases leermeester Kore-eda Hirokazu dat in zijn vergelijkbare film After Life (1998) liet zien. Het doet er niet precies toe of Shikegu en Machiko dood zijn of leven, of het bos een voorgeborchte is, hel of hemel. Het is een plek om te vinden en te verliezen. Het is een oord van heling en bezinning. En het is een bos. Een bos zoals nooit gefilmd. Sprookjesachtig en spookachtig. Oer en buitenaards.
Pas als je ook als toeschouwer de moed kunt opbrengen om daar in dat groen te verdwalen, dan ontvouwen zich gaandeweg plot en betekenis van de minimale, maar fundamentele gebeurtenissen die zich in dat woud van rouw voltrekken. En de rest is modder. Slijk. Slib. Want Kawase's film, die vorig jaar in Cannes de Grote Juryprijs kreeg, is even verheven als banaal en aards. Gelukkig maar.

 

Dana Linssen in De Filmkrant, Oktober 2008, nr. 303.


 

 

www.filmmagie-antwerpen.beTerug naar boven