FilmMagie-logo-white

Lilja 4-ever

(2002,
Zweden – Duitsland)
(2002,
Zweden – Duitsland)
2002

Regisseur

Lukas Moodysson

Producer

Lars Jönsson

Scenario

Lukas Moodysson

Acteurs

Oksana Akinshina, Artiom Bogucharskij, Pavel Ponomarjov, Elina Beninson, Lilia Shinkareva

Cinematografie

Ulf Brantas

Montage

Michal Leszczylowski, Oleg Morgunov, Bernhard Winkler

Muziek

Rasmus Thord, Polina Järryd, Mark Dyrdin

Prijzen

Filmduur

109 min

Lilja 4-ever. Op het moment dat Lilja deze woorden in een bankje krast weet je: het noodlot ligt op de loer. En eigenlijk weet je het al eerder, als de Zweedse regisseur Lukas Moodysson in de eerste beelden van zijn film laat zien dat in elk begin het einde besloten ligt.
En andersom.
Er is weinig hoop voor het jonge pubermeisje uit een naamloze stad in een van die nieuwe naamloze landen die Oost-Europees koud en grauw ontstond nadat de Sovjet-Unie uiteengevallen was.
Lilja 4-ever werd onder meer gedraaid in Estland, maar Tallinn heeft geen naam. Net zoals het Zweden, waar een deel van de film zich afspeelt, eveneens geen naam heeft.
Alleen Lilja heeft een naam. Een naam in een bankje.

VEERKRACHT
Lilja 4-ever gaat over het paradijs. Lilja’s moeder vertrekt naar het paradijs. Zij gelooft nog dat Amerika, net als toen de communistische arbeidersidylle nog niet ontmaskerd was, het beloofde land is. Het land van het nieuwe begin. Tegenover zoveel hoop op een beter leven doet haar beslissing om haar dochter ‘voorlopig’ in Afbraakstad achter te laten, extra pijnlijk aan. De film is nog maar net begonnen.
Lukas Moodysson heeft zich in de drie speelfilms die hij tot nu toe regisseerde – naast Lilja 4-ever waren dat Fucking Åmål en Together – eigenlijk altijd vol vertrouwen uitgesproken over de veerkracht van kinderen. Veel meer dan de volwassenen die hij portretteert zijn zijn kinderen in staat om te overleven. Niet alleen tegen de klippen van vooroordelen of sociale omstandigheden op, maar juist ook door hun fantasie, hun vastberaden optimisme, door iets wat je welhaast een positieve kern moet noemen. Ze zijn nog niet aangetast. Ze zijn de spreekwoordelijke bloemen op een vuilnisbelt. Ook omdat ze daar zelf bloemen planten.
Meer dan in zijn vorige films echter tart Moodysson nu echter die hoop. Drugs en prostitutie zijn geen eindpunt meer, ze zijn de enige keuzes die Lilja nog heeft. Na dat beginpunt loert alleen nog een onvermíjdelijk einde …

RAMMSTEIN
Lilja 4-ever is een duistere film. Een film die pijn doet en verdrietig maakt. Heel stil ervaart de toeschouwer de woede die Lukas Moodysson gevoeld moet hebben toen hij ontdekte dat in het beschaafde Zweden, misschien maar een paar straten van zijn huis in Malmø, meisjes zoals Lilja als levenloze poppen seksueel worden misbruikt tot ze op zijn.
Soms is zijn woede zo sprakeloos dat hij slowmotion beelden van Lilja en haar broertje-vriendje Volodya alleen maar kan vertellen met de Teutoonse dreun van Rammstein op de soundtrack.
Dan weer snerpen fluistergeluiden, als het scheuren van papieren, van foto’s, het rinkelen van kleingeld, het zachte krassen van een scherf in een bankje: Lilja 4-ever.
Stilte is alleen nog maar hoorbaar in de herrie, lawaai maakt geen geluid meer.
Als Lilja rent omdat ze vlucht, met harde stappen en bonkend hart, wordt ze vederlicht.

Stilistisch doet Lilja 4-ever veel denken aan de Dogma-films: rauw, realistisch, gefilmd door een volgende camera die graag naar de soms onbeholpen spelende acteurtjes kijkt. Oksana Akinshina die Lilja speelt was eerder te zien in Sisters van Sergei Bodrov jr. De rest van de cast werd van de straat geplukt of is uit het Estse theater afkomstig.
Het is bijzonder dat Moodysson bij zijn financiers genoeg krediet heeft opgebouwd om een volkomen compromisloze film in het Russisch te draaien.
Waar Dogma geen surrealisme toeliet, doet Moodysson dat wel. Misschien omdat hij besefte dat zijn film over kinderhandel anders te zwaar zou worden. Misschien omdat hij echt gelooft dat er zoiets als een hemel is, voor engelen, als een paradijselijk toevluchtsoord.
En dan zijn we weer bij de hoop aanbeland. De hoop die uit veel hedendaagse films is weggeslagen, als taboe. Voor Lilja is er weinig hoop, maar er is wel een soort wanhopige hoop. Ter gelegenheid van de première van zijn film, vorig jaar tijdens het Filmfestival Venetië, vertelde Moodysson dat hij ten tijde van de oorlog in het voormalige Joegoslavië een krantenbericht las over soldaten die voor de ogen van een moeder een baby in de oven stopten. “Ik weet niet of ik verder zou kunnen leven”, dacht hij, “zonder de hoop dat zij haar kind op een dag in de hemel zal kunnen omhelzen.”
“Hoffnung ist die zweite Seele der Unglücklichen”, schreef Goethe.
Hoop sterft het laatst“, zei Gorbatsjov.

Dana Linssen in De Filmkrant, maart 2003, nr 242.

Zie ook F&TV nr. 532 + CM 247