FilmMagie-logo-white

Kid

(2012,
België )
(2012,
België )
2013

Regisseur

Fien Troch

Producer

Antonino Lombardo

Scenario

Fien Troch

Acteurs

Sander van Sweevelt, René Jacobs, Gabriela Carrizo, Rit Ghoos, Laurenza Goos, Maarten Meeusen, Bent Simons, Stef Lernous

Cinematografie

Frank van den Eeden

Montage

Nico Leunen

Muziek

Senjan Jansen

Prijzen

Filmduur

92 min

Zwijgen doet pijn

Hoe een kleine film grote cinema kan zijn. In haar kenmerkende ‘unheimliche’ stijl schreef en filmde Fien Troch een cruciale maand uit het leven van de zeven jaar oude Kid (Bent Simons) en zijn broertje Billy (Maarten Meeussen), zonen van varkenskwekers. Ook al hangt hij graag aan moeders’ rokken, Kid is de kwajongen van de twee, Billy conformeert zich meer naar de grillen van de volwassenen. Op hun vader moeten de jongens niet rekenen, en wanneer hun moeder (rol van Gabriela Carrizo) niet meer voor hen kan zorgen, staan ze er alleen voor, ook al nemen hun tante en nonkel de rol van de ouders op in een zwijgzaam voogdijschap (rollen van René Jacobs en Rit Ghoos). Het zijn niet alleen stille, maar ook kille Kempen die Troch registreert, met schichtige karakters die omzichtig hun katholieke, rurale roes uitleven. Met een statische camera schildert ze composities die met de waterpas lijken geconstrueerd. Met gevoel voor timing mikt ze sacrale muzikale en humoristische fragmenten in een eigenzinnige narratieve lijn. Die stilistische perfectie zorgt voor een onheilspellende sfeer, maar ook voor emotionele impact, die toch vooral zijn grond heeft in het onbevangen acteren van de twee jongens. Fien Troch vervolgt consequent en trefzeker de weg die ze was ingeslagen. Van haar cerebrale concept weet ze intrigerende, viscerale cinema te maken. Troch heeft, na “Unspoken” en “Een ander zijn geluk“, met “Kid” haar belofte ingelost, en doet ons nu al reikhalzen naar de volgende. (NK)

Fien Troch maakte met “Kid” haar beste langspeler tot op heden, over Kid en zijn broertje Billy. Nomen est omen? Kid heeft een naam om nooit volwassen te worden, is het rebelse rakkertje dat zijn moeder mist. Billy observeert en ondergaat. De kale sfeer van de Kempen deed Troch terugdenken aan de tijd toen ze er als kind bij haar grootouders op vakantie ging. De zoektocht van Kid die op zoek is naar warmte paste daar intuïtief bij. We spreken een hoogzwangere Fien Troch enkele dagen voor ze zelf voor de tweede keer mama is geworden.

Op de set in de Kempen afgelopen zomer leek je er gerust in. Is alles naar wens verlopen?
“Ja, ik denk wel dat ik de film gemaakt heb die ik heb willen maken. Ook al verandert er altijd wel iets tijdens het lange parcours dat je aflegt bij het maken van een film. Waar ik vooral blij om ben, is dat ik het spontane van de kinderen in balans heb kunnen houden met de dramatiek van het verhaal.”

De toon van de film is streng en je houdt ook de niet romantiserende stijl aan van je vorige films. Is “Kid” typisch Fien Troch?
“Dat zou ik wel durven beweren, ja. Ik vind het fijn om als kijker zelf te kunnen beslissen wanneer ik wat voel. In mijn films krijg je die vrijheid verregaand, maar niet volledig. Ik weet welke scènes zullen emotioneren en welke niet, hoe afstandelijk het ook moge gefilmd zijn. Ik ben me ervan bewust dat mijn films een zoektocht zijn. In mijn films zijn de gevoelens niet eenduidig, niet onmiddellijk te plaatsen. Die dubbelzinnigheid vind ik spannend. Zo gaat dat vaak: dat je niet goed weet hoe je een bepaalde gebeurtenis, handeling of uitspraak moet plaatsen, dat je niet direct weet wat je ermee moet. Ik duw het publiek niet naar een standpunt. Het moet zelf op zoek naar wat het bij een bepaalde scène ondervindt. Enkel op bijzondere momenten wens ik nadrukkelijk een bepaalde emotie te wekken. Dat maakt de kijkervaring wel minder vanzelfsprekend.”

Verlang je dan niet veel van je publiek?
“Ja. Maar ik schat het publiek ook graag hoog. Ook niet-cinefiele mensen geven toe geraakt te worden door mijn films, al vinden ze ze soms moeilijk. Er wordt makkelijk beweerd dat de mensen het niet gaan snappen. […] Je staat ervan versteld hoe mensen aan het interpreteren slaan als je hen er toe uitnodigt. En ik doe dat nu eenmaal middels een minder gewoontegetrouwe manier van vertellen. Je moet je geconditioneerde manier van kijken uitschakelen.”

Je hebt ook voor Kid het scenario geschreven. Komt de inspiratie uit jouw leven?
“Voor een stuk wel, ja. Het sfeertje dat we neerzetten komt deels voort uit de sfeer die er kon hangen wanneer ik als kind bij mijn grootouders in de Kempen op vakantie ging. We hebben ook alles in de streek rond Westerlo opgenomen. Ik wil niet zeggen dat die kille sfeer typisch is voor de Kempen, maar ik kwam uit een andere regio, op een uur rijden daarvandaan, en ik belandde toen in een andere wereld. Zo is het in mijn herinnering blijven hangen, en allicht heb ik die herinnering mettertijd uitvergroot. […]

Zelfs voor hij zijn mama verliest, lijkt Kid naar haar op zoek.
“Ja, voor een stuk wel. Ik wilde het cliché vermijden waarin hij eerst op een warme, gezellige boerderij met open haardvuur woonde en daarna in een ijzige omgeving terechtkwam. Ik heb in mijn film een plek gegeven aan die typische tegenstelling in Vlaanderen tussen de lelijkheid en de schoonheid die je van de huizen afleest. Het rare is dat net in vele van die voortuinen veel geld en tijd is gekropen om ze, in mijn ogen, niet meteen beter te krijgen. Maar het resultaat geeft de bewoners wel genoegdoening. Ik denk dat het meer te maken heeft met een veilig en net gevoel dan met schoonheid. Het is in orde. Het ziet eruit zoals het eruit moet zien, met een gewassen auto voor de garagepoort. Dat soort details maakt het “unheimlich”, zeker voor kinderen. De nonkel en de tante van Kid zijn geen lieve, maar ook geen kwade mensen. Ze leven op een manier waarbij ze zich aan de dagelijkse plichtplegingen houden en waarbij hen niet geleerd is warm te zijn. Zijn mama was natuurlijk warmer voor hem, maar ook zij is in die wereld opgegroeid.”

In een haast woordenloze wereld?
“Mijn vorige twee films waren ook niet de meest spraakzame. Bij dit idee sloot dat emotieloze, dat non-verbale en de moeizame communicatie naadloos aan. In die stille wereld komen de kinderen terecht. In hun nabijheid wordt gefezeld. Ze worden niet bij belangrijke gesprekken betrokken. Ze worden gedwongen om te observeren wat de volwassenen doen. Dus in dit geval was dat een legitiem excuus om mijn dada, dat moeilijke communiceren, door te trekken. Bij dit verhaal over jonge kinderen was dat nog beter dan in mijn vorige films op zijn plaats.”

Je vertelt het hele verhaal vanuit het standpunt van de kinderen, maar waarom heb je het niet letterlijk vanuit hun blik gefilmd?
“Dat vond ik te beperkend. Voor mij was het net belangrijk dat je je als kijker zou afvragen wat Kid en Billy precies van de gebeurtenissen begrijpen. Als ze aan het spelen zijn, horen ze dan wat er gezegd wordt tussen de volwassenen? Luisteren ze stiekem mee? Of hebben ze het gehoord, maar snappen ze het niet? Als je dat letterlijk vanuit hun point-of-view filmt, dan verklaar je wat ze begrepen hebben en wat niet. Ik wilde net dat spanningsveld bewaren waarbij je de optie openhoudt dat ze hebben gehoord wat er gefluisterd wordt. […]

Hoe verleid je de jonge amateuracteurs tot zulke haast achteloze vertolkingen?
“Daarin was het ook zoeken naar de balans en de juiste toon. Soms lieten we ze gewoon wat spelen en filmden we hen zonder dat ze het beseften. Bij sommige scènes zeiden we hen exact wat ze moesten doen, maar bleven we filmen tot we wisten dat we bruikbaar materiaal hadden.[…]. Een natuurlijke prestatie krijgen in specifieke situaties was een pak moeilijker. Maar de rollen waren er nu ook niet naar dat ze een arsenaal aan emoties uit de kast moesten trekken. Mijn grootste geluk en troef was dat ik op twee kinderen ben gebotst die emotioneel zeer intelligent zijn. Zij hadden snel door wat de bedoeling was en hoe ze moesten spelen. Zij deden nooit rare, theatrale dingen. In al hun onwetendheid begrepen ze de grote regel op de set: er zijn geen acteurs. Op de duur kwamen ze zelf met suggesties over hoe ze een bepaalde handeling best benaderden. Dat onbevangene van hen was heel dankbaar om mee te werken.”

Uit het interview van Nico Krols in De Morgen 16 januari 2013

Zie ook FilmMagie nr. 631