FilmMagie-logo-white

Eleni

(2003,
Griekenland, Italië, Frankrijk)
(2003,
Griekenland, Italië, Frankrijk)
2005

Regisseur

Theo Angelopoulos

Producer

Phoebe Economopoulos

Scenario

Theo Angelopoulos, Tonino Guerra, Petros Markaris, Giorgio Silvagni

Acteurs

Alexandra Aidini, Nikos Poursadinis, Giorgio Armenis, Vasilis Kolovos

Cinematografie

Andreas Sinanos

Montage

Giorgios Triantafyllou

Muziek

Eleni Karaindrou

Prijzen

Filmduur

170 min

De lang aangehouden, met telelens gecapteerde openingssequentie draagt meteen en onmiskenbaar de signatuur van de Griekse grootmeester Theo Angelopoulos: een grote groep in het zwart uitgedoste personages met koffers stapt traag en onder een grijze, mistige hemel door een landschap in de buurt van een rivier. Het is de aankomst, anno 1919 in de buurt van Thessaloniki, van een groep Griekse vluchtelingen uit Odessa, waar ze op de loop zijn gegaan voor het Rode Leger.

De film Eleni (met als alternatieve titel The Weeping Meadow) is het eerste deel van een epische trilogie waarin Angelopoulos de (Griekse) geschiedenis van de voorbije eeuw wil reconstrueren rond het levensverhaal van het titelpersonage. Als ze in 1919, omringd door het gezin dat zich over haar zal ontfermen, het verhaal binnenstapt, is weeskind Eleni nog een jong meisje. Als de film bijna drie uur later zijn ontknoping nadert, bevinden we ons al in 1949 en hebben we Eleni zien opgroeien, verliefd worden, trouwen en kinderen krijgen. Maar het is geen vrolijk of opbeurend verhaal geworden, integendeel.

Haar verliefdheid betreft bijvoorbeeld haar eigen ‘broer’, de zoon van haar adoptievader Spyros, die nadat hij weduwnaar is geworden zélf met Eleni wil trouwen. Maar op haar trouwdag gaat de bruid meteen op de vlucht. Eerder had ze al de tweeling, geboren uit haar verboden relatie met Spyros’ zoon, moeten afstaan, maar later zal Eleni haar jonge zonen toch weer bij zich krijgen. Nog later moet ze hen opnieuw afstaan aan de geschiedenis, lees: de burgeroorlog. Het ene moment moet de bevolking op de vlucht voor het oorlogsgeweld, het andere drijft een overstroming hen uit hun huizen. Eleni’s man blijkt weliswaar een getalenteerd muzikant, maar komt slechts moeizaam aan de kost. Een carrière in het verre Amerika lonkt, maar hoe moet het inmiddels verder met Eleni?

Zo samengevat lijkt dit een eerder gewone, chronologische opeenvolging van allerlei (melo)-dramatische gebeurtenissen uit het leven van het vrouwelijke hoofdpersonage, maar die inhoudelijke ingrediënten zijn veeleer bedoeld als steunpunten voor de typische, nadrukkelijk trage en contemplatieve vertelstijl van Angelopoulos, die zich zowel op een poëtisch als op een allegorisch niveau situeert.

De poëzie is die van de zorgvuldig gecomponeerde sequentie-opnames, van de nu eens grijze en dan weer lichtblauwe kleurnuances, van de muzikale omlijsting, van de lange, lyrische camerabewegingen. De allegorische aanpak vertaalt zich in de manier waarop Angelopoulos de kleine anekdotiek telkens overstijgt om te verwijzen naar het grotere geheel van de (tragische) Geschiedenis. Maar toch keert de regisseur op tijd en stond terug naar zijn ‘kleine’ personages, want zij zijn het toch die de grote geschiedenis telkens weer opjaagt en vertrappelt.

Wie ooit nog maar één film van Theo Angelopoulos gezien heeft (zoals Le voyage des comédiens, Paysage dans le brouillard, Le regard d’Ulysse of misschien het met een Gouden Palm bekroonde L’éternité et un jour) weet waaraan hij of zij zich kan verwachten. Sommigen klasseren zijn films in de rubriek ‘bmc’ (beau mais chiant). Anderen weten dat het telkens een aparte kijkervaring kan opleveren, waarvoor je tijd moet maken en die je daarna het ‘mmm’-etiket kunt opkleven. Mooi, magistraal en melancholisch.

Jan Temmerman – DE MORGEN 24 november 2004 – De tragische geschiedenis van Eleni

Film & Televisie: Behalve de dampende waterwereld en het thema van ballingschap speelt muziek, een sleutelrol.
Net zoals de aarde weent de viool, de accordeon,…

THEO ANGELOPOULOS (onderbrekend): Drie instrumenten zíjn de mijne: piano, viool en accordeon. In Voyage à Cythère een viool, in andere films alleen een piano. In l’Apiculteur speelt Jan Garbarek – een ongelooflijke artiest – sax. Voor de Byzantijnse mis in Alexandre le Grand dacht ik aan de notie van het ceremoniële. Ik koos één instrument: een klarinet uit de Balkan met een zeer eigenaardige en scherpe toon. Maar wanneer ik zou moeten kiezen, dan ga ik voor de accordeon; ik hou van de melancholische toon, de nostalgie en de herinneringen die dat instrument oproept. Je sens une émotion. In ELENI hoor je tijdens de begrafenisscène een traditioneel Russisch lied, verzen geschreven door Poesjkin, het gaat over twee bomen; de ene vrouw, de ander man. Ze staan elk langs een kant van de rivier en proberen elkaar te omhelzen, maar dat lukt niet. (mijmert even weg) Maar bon: muziek gebruik ik nooit constant of om leegtes op te vullen. Muziek is een secundaire taal die het verhaal lyrischer maakt. Ik gebruik ook alleen nog maar muziek die live uit de film voortvloeit: orkestjes, zingende mensen, enz.
Onze werkwijze? Ik vertelde het verhaal en terwijl de componiste Eleni Karaindrou luisterde schreef ze muziek op de tonaliteit van mijn stem. De muziek bestond dus vóór de film! Mijn stem én de manier waarop ik vertel heeft haar de film doen begrijpen; een schitterende chemie.

Hoewel er wel altijd een link is met water heeft de film naast ELENI nog andere titels meegekregen?

De Franse, Zwitserse en Belgische titel is ELENI, naar het hoofdpersonage. In Griekenland is het THE WEEPING MEADOW, in Italië LES SOURCES DE LA RIVIERE (lacht). l’Eau toujours! ELENI OU LA TERRE QUI PLEURE is de Franse titel die het origineel het dichtst benadert. Bij THE WEEPING MEADOW wordt er een verband gelegd met de finale van de film, waarin we een brief voice-off  horen van Eleni’s echtgenoot die naar Amerika is geëmigreerd en vertelt dat hij droomde dat ze gisteren samen vertrokken om te zoeken naar de bron van de rivier. In het begin van de film, wanneer ze nog kinderen zijn, is er een scène waarin ze hetzelfde zeggen. Dus dat is de ellips in de film. Bon, waarom? Op de planeet Mars vonden ze enige tijd geleden sporen van water terug: leven dus. Water ís het begin van het leven. Maar ook tranen. De extreme ‘vochtigheid’ in de film is voor mij geen keuze; het water kiest mij en niet omgekeerd.

Het hele verhaal wordt verteld via de ogen van de vrouw, van Eleni, als metafoor voor Griekenland?

Zo denk ik er niet over. De idee was: een film over de twintigste eeuw. In 1998 kwam ik na l’Eternité et un jour terug uit Cannes, de eeuw liep op z’n laatste benen, en daarover wou ik iets maken. Het is mijn 12de film en ook hier wordt een zekere cirkel afgerond. Mijn allereerste film was óók een tragedie, Reconstitution, met Eleni als hoofdpersonage. Dus is de cirkel gesloten. Dat is de reden. Je mag natuurlijk zeggen dat het een metafoor is. Ik alvast denk dat de trilogie een balans zal zijn van één eeuw én van mijn werk. Angelopoulos ne se répète pas mais se revoit. Zoals terugkijken op een eeuw.

Eleni vertelt over een vrouw op een tijdspanne van 30 jaar, tussen 1919 en 1949.
Is die 30 jaar een sleutelperiode in de Griekse geschiedenis?

Het verhaal begint net na de Russische Revolutie, met Grieken die het door het Rode Leger ingepalmde Odessa ontvluchten. Dat op zich is al meer dan een jaar. 1919 betekende exodus. Nadien de catastrofale oorlog met Turkije. Alles heb ik meegemaakt. Ook de Duitse bezetting, met doden op elke hoek van de straat. En een vreselijke hongersnood tijdens de zomer van 1942 – in volle oorlog – en daarna de bezetting van de Duitse en Italiaanse legers. Bon, vooral de Duitsers dan, want de Italianen waren zangers en géén oorlogsstrijders (lacht). In 1944, na het vertrek van het Duitse leger, brak de Burgeroorlog uit. Opnieuw misère. En erger nog, want nu vochten burgers in onze steden zelf. Opnieuw vluchten dus. Het is dus doodnormaal dat het thema van verbanning altijd in mijn werk terugkomt; ik kan me er niet van bevrijden. Ik lééf ermee. De steden werden bidonvilles, de bourgeois bedelaars of boeren. Zo was dat. Ik héb het al over die periode gehad in Le Voyage des comédiens en Les Chasseurs. Maar dat was een politiek historisch verhaal. ELENI niet, dat is een menselijke tragedie, over de condition humaine, met de vrouw als protagonist.

Is ELENI een hommage aan uw moeder? En is deze film een vertaling van een belangrijk deel van je leven?

In zekere zin wel ja. Het is inderdaad de periode waarin mijn moeder leefde, zónder dat het leven van mijn moeder wordt naverteld. ELENI gaat niet alleen over het leven van mijn vader of moeder maar ook dat van mezelf en mijn hele familie. Nu zijn we volwassen, hebben we al vele jaren achter ons. De grootste delen van mijn leven zitten in ELENI. Wat heeft dat opgeleverd? Wat heeft me dat gegeven? In zekere zin hoop, op een nieuwe en andere toekomst, op verandering van de wereld. Mijn generatie heeft zeer veel geleden onder de politiek, de veranderingen… Hebben we intussen vooruitgang geboekt? De geschiedenis herhaalt zich voortdurend. Het verhaal is altijd even fataal. Terrible.

Hoe zie je je rol als artiest? Als tussenpersoon, als tolk van historische feiten naar een cinematografisch werk?

Na 40 jaar weet ik niet echt wát mijn leven is. Mijn leven ís cinema; de momenten van de tournage zijn het meest opwindend. Het is immens intens en plezierig wanneer je mag creëren; niet te beschrijven! Ik begrijp de cineasten niet die zeggen: ‘het scenario is af, dus de film is af’. Ik schrijf zelf mijn scenario’s, dat is matière première. Zou ik alleen dat doen, dan is dat louter technisch werk. Zonder het plezier van het creëren; ideeën die je plotsklaps te binnen schieten, in de film verwerken, dingen eraan toevoegen die acteurs tijdens de repetitie meebrengen, enz.

Zelf ben je je eerste kijker; voel je dat het beter kan dan moet je tussenkomen. Filmen schenkt extraordinaire momenten.
Het draaien en het sleutelen aan een film tijdens het creatieve proces – niet ervoor, niet erna – is voor mij meer en meer het leven.

interview   Julie Decabooter & Freddy Sartor – Brussel, 24 sept. 2004

Treffend voor deze cerebrale anti-oorlogssaga is de bezwerende theatraliteit, te situeren ergens tussen Bertold Brechts vervreemdingstheater en de Griekse tragedie in. En dat alles onderstut door een onmetelijke melancholie zoals alleen Theo Angelopoulos die van zijn ziel kan laten glijden. Grootse cinema. (Freddy Sartor)

Zie ook Film|TV|DVD nummer 546