FilmMagie-logo-white

Crash

(2004,
USA)
(2004,
USA)
2006

Regisseur

Paul Haggis

Producer

Cathy Shulman, Robert Moresco, Don Cheadle, Bob Yari, Mark R. Harris, Tom Nunan, Paul Haggis

Scenario

Paul Haggis, Bobby Moresco

Acteurs

Karina Arroyave (Elizabeth), Dato Bakhtadze (Lucien), Sandra Bullock (Jean), Don Cheadle (Graham), Art Chudabala (Ken Ho), Sean Cory (Motorcycle Cop), Tony Danza (Fred), Keith David (Lt. Dixon), Loretta Devine (Shaniqua), Matt Dillon (Officer Ryan), Jennifer Esposito (Ria), Ime Etuk (Georgie) (als Ime N. Etuk)), Eddie J. Fernandez (Officer Gomez (als Eddie Fernandez)), William Fichtner (Flanagan), Howard Fong (Store Owner)

Cinematografie

J. Michael Muro

Montage

Hughes Winborne

Muziek

Mark Isham

Prijzen

Acadamy Award Beste Film 2005

Filmduur

113 min

kort

Een mozaïekverhaal van ruim tien mensen wier levens elkaar kruisen tijdens twee nachten en één dag in Los Angeles.

“In elke normale stad wordt gewandeld: je loopt mensen voorbij, je botst erop. Niet in Los Angeles, niemand raakt je in  L.A.  We zitten er de hele tijd achter metaal en glas. Ik denk dat we zo hard contact missen, dat we met de auto tegen elkaar crashen, alleen maar om eens iets te voelen.”
Dat zegt het personage van Don Cheadle in Crash .

Hij is een vermoeide inspecteur die zo naïef is te denken dat de waarheid belangrijker is dan de huidskleur van de dader of het slachtoffer. Het is een van de mooie momenten die in deze film afgewisseld worden met schier pathetisch drama en keihard realisme.
Cheadle is maar een van de vele klasbakken die opdraaft in het regiedebuut van Paul Haggis, de scenarist van  million dollar baby.  We herkennen een gepast ernstige Sandra Bullock als een rijk pokkenwijf dat constant boos is op de wereld, Brendan Fraser als een afgelikte procureur die zijn carjacking politiek wil uitbuiten, de zwarte rapper Ludacris die zich zwaar benadeeld voelt en aan de kost komt als carjacker, Thandie Newton als een zwarte burgerdame, totaal van slag nadat zij en haar echtgenoot op straat vernederd werden door een racistische flik – gespeeld door een uitstekende Matt Dillon, Ryan Phillippe als de flik die zijn racistische kompaan wil verklikken, en ga zo maar door.

crash telt meer dan tien protagonisten van zeer verschillende komaf, status, kleur en religie, die allen één zaak gemeen hebben: ze wonen in Los Angeles. Twee nachten en een dag lopen ze in en uit elkaars leven. Telkens hebben die kortstondige ontmoetingen verregaande gevolgen, en telkens spelen vooroordelen en racisme een belangrijke rol.
Zodra je denkt dat je een karakter begint te kennen, gebeurt er iets dat die veronderstelling onderuit haalt. De racistische flik zorgt als een moeder Teresa voor zijn doodzieke vader.
Zijn politiek correcte makker zinkt dieper dan je voor mogelijk houdt.
Haggis schaamt zich niet voor een paradox meer of minder, hij zoekt die zelfs op.
De moraal van de ene scène spreekt die van de volgende tegen.
Is het dan een artificiële bedoening zoals alleen filmscenaristen die kunnen bedenken, met veel te veel toevalligheden om realistisch te zijn?
Jazeker, maar dat stoort niet. De complexiteit van het scenario is eerder een troef.

Is dit een film met een boodschap?  Neen, het is een film met inhoud.

Haggis is te oprecht om er zich vanaf te maken met een zedenlesje of een preek over hoe we ons dan wel moeten gedragen tegenover een vreemdeling. Crash is een intellectueel uitdagende mozaïekfilm over racisme en vooroordelen in Los Angeles en bij uitbreiding over het Amerika van na de aanslagen van 11 september 2001.
Crash loont de moeite omdat er eindelijk nog eens een Amerikaan zonder terughoudendheid het taboeonderwerp bij uitstek durft aan te snijden. Waarom zijn blanke Amerikanen nog steeds bang van elke zwarte die ze zien? Waarom zijn niet alle racisten automatisch ook klootzakken?
De gewaagde benadering van een controversieel onderwerp is evenwel niet de enige verdienste van deze film. Crash is ook nog eens briljant geschreven, uitstekend geacteerd en op de spits gedreven drama.
De film raakt een gevoelige snaar, en daardoor vergeef je makkelijk de overdrijvingen en de paar onvolmaaktheden.

” Vooroordelen zijn sluipmoordenaars ”

Scenarist-regisseur Paul Haggis over Crash en Million Dollar Baby 

Jarenlang verdiende Paul Haggis zijn brood met het bedenken van tv-series.
Maar dan nam hij een hypotheek op zijn huis, en schreef hij twee filmscenario’s:
million dollar baby  en  crash.

De slappe filmzomer schijnt Hollywood wakker te schudden. Het begint ook de studio’s te dagen dat er een schrijnend gebrek is aan goede filmscenario’s. Een van de vele redenen daarvoor is dat enkele van de beste schrijvers werken voor televisie.
Dat is namelijk beter betaald, er is meer werkzekerheid, en je hebt er meer in de pap te brokken.
Toch besliste Paul Haggis om over te stappen naar de filmwereld. Clint Eastwood pikte zijn scenario voor  Million Dollar Baby  op, en triomfeerde ermee op de Oscars. Zijn andere scenario verfilmde Haggis zelf. In de VS werd de film zeer goed onthaald. Het kleine budget en het gevoelig liggende onderwerp – racisme in Los Angeles – schijnen het welslagen niet in de weg te staan.
En zo werd de man die zijn carrière begon met het schrijven van scenario’s voor de zeemzoete tv-serie  Love Boat, nu de hofleverancier van Clint Eastwood en werd hij gevraagd om  casino royale  onder handen te nemen, het scenario voor de volgende James-Bondfilm.

Bent u verrast dat een film met inhoud zo in de smaak valt?

“Ik ben al blij dat je het hebt over een film met inhoud en niet over een film met een boodschap. Ik heb Crash namelijk niet gemaakt om een boodschap over te brengen. Het scenario is heel organisch gegroeid. In 1991 werd ik gecarjackt door twee jongens. Ik was niet razend kwaad, wel razend nieuwsgierig. Wie waren die kinderen die dat pistool op mij hadden gericht? Waren het jeugdvrienden, of waren ze samengebracht voor die ene klus? Handelden ze vanuit een eigen visie op de wereld? Ik kreeg de vragen maar niet uit mijn hoofd. Tien jaar later werd ik weer eens wakker, denkend aan die jongens. Ik ben opgestaan en ben over hen beginnen schrijven.”

Het rijke burgerlijke koppel dat in de film gecarjackt wordt, is dus u en uw echtgenote?

“Ja dat zijn wij. Maar belangrijker was het idee dat je de personages blijft volgen. Het koppel geraakt na de carjacking thuis, en laat om twee uur ’s nachts de sloten veranderen. De slotenmaker is Spaans, heeft een half geschoren hoofd, een enorme tattoo en draagt een broek waar je met twee in kan. Zou ik me op mijn gemak gevoeld hebben als het mij overkwam? Ik denk het niet. Ik besloot dat ik erover moest schrijven… en legde mijn woorden in de mond van Sandra Bullock. Vervolgens vroeg ik me af hoe het de slotenmaker verging.”

“Sta jij er nooit bij stil hoe het de mensen vergaat die heel even in je leven opduiken? Iemand snijdt je met de wagen de pas af, er wordt wat gescholden, de middenvingers gaan omhoog en iedereen vervolgt zijn weg, denkend ‘Wat een klootzak was dat’. Wat voor man het echt was, kom je nooit te weten. Gaat hij naar huis en slaat hij zijn vrouw, of redt hij twee blokken verder iemands leven?”

“Anyway , ik was dus nieuwsgierig naar het verhaal van die slotenmaker en schreef een scène voor hem, en daarin komt hij weer andere personages tegen die ik dan op hun beurt volgde. Zo schreef de film zichzelf. Op geen enkele moment heb ik me achter mijn bureau gezet met het idee het thema racisme aan te snijden.”

Stelt Crash dat niemand vrij is van vooroordelen?

“Dat klopt. Racisten veroordelen is een stuk makkelijker dan eerlijk naar onszelf te kijken. De tijd dat we dachten ‘O wat zijn die zwarten lui en dom’, ligt ver achter ons. Maar we voelen ons nog steeds niet op ons gemak in elkaars gezelschap. Vergelijk maar eens de gedachten die je hebt als je het pad kruist met twee blanke twintigers met de gedachten die je hebt als je twee zwarte twintigers kruist. Wellicht ben je op je hoede en denk je allerlei dingen die je niet wil denken.”

“Op een dag reed ik met mijn gele Mini Cooper door een beruchte buurt, en ik merkte dat ik achtervolgd werd door vier Latino’s met alles erop en eraan: tattoo’s, bandana’s… kortom duidelijk zware jongens. Ik verwachtte het ergste. En wat zeiden ze? ‘Knappe wagen hebt u’. (lacht) Vooroordelen zijn sluipmoordenaars. Je geraakt er maar vanaf door met elkaar in contact te komen.”

Los Angeles is geen melting pot maar een overkokende ketel?

“Wie maar een paar dagen in Los Angeles verblijft, ontmoet met wat geluk alleen maar vriendelijke mensen en is onder de indruk van het samengaan van al die soorten, formaten en kleuren. Maar om te achterhalen wat mensen echt denken en voelen, moet je ze onder druk plaatsen. Zoals Sandra Bullock in de film, ze kreeg een pistool tegen haar wang, de slotenmaker leek op een bendelid, in de woonkamer zat de vrouw die ze ervan verdacht de minnares van haar man te zijn, haar man deed laatdunkend… en dan braakte ze het ineens allemaal uit, en zei ze lelijke dingen die ze nog nooit gezegd had. Eens gezegd, kon ze niet meer terug.”

“We weten dat racistische ideeën ongepast zijn, we weten dat we slechte mensen zijn als we zo denken, maar daarmee is het probleem nog niet uitgeroeid.
We begraven die akelige gedachten.”

Dat is een sombere vaststelling.

“Maar neen. Ik ben een optimist. Een cynische optimist, maar niettemin een optimist. Ik moet wel. Hoe kan je nu leven en niet hopen op beterschap? Als er geen hoop is, kunnen we ons net zo goed ophangen. Maar we mogen ons door die hoop niet laten verblinden. We moeten zonder oogkleppen durven kijken naar de wereld en ons bang afvragen wat we uitspoken. De wereld is er beroerder aan toe dan ooit tevoren. We geloven allemaal dat we onszelf kennen, maar dat is een vorm van hoogmoed. We denken te weten wie we zijn: de goeden. En dat maakt van de anderen, degenen die van ons afwijken, automatisch de slechteriken. Zodra je heilig overtuigd bent van je eigen gelijk, is er geen ruimte meer voor het compromis, wederzijds begrip, tolerantie, discussie.
Je kan elkaar alleen nog afslachten. En al die fundamentalisten – christelijke fundamentalisten, moslimfundamentalisten, joodse fundamentalisten, de Amerikaanse regering – zijn heilig overtuigd van hun gelijk. Toch blijf ik hopen dat er voldoende slimme mensen met mededogen zullen opstaan die ‘Stop!’ zullen roepen en voorstellen om de meningsverschillen uit te praten.
Ik geloof echt dat dat zal gebeuren.”

“Nu verliezen we het contact met de anderen, de mensen die van ons verschillen. Met de mensen die op ons lijken, de mensen die praten zoals wij, dezelfde hobby’s hebben, dezelfde kringetjes frequenteren, en evenveel verdienen, hebben we veel contact. Maar zitten we op die manier niet vast op ons eiland? Ik probeer dat te doorbreken, ik wil op plekken komen waar je verplicht bent om elkaar tegen het lijf te lopen. Markten zijn daar een schitterend voorbeeld van.”

“Iemand die Koreanen haat, en elke dag naar de markt gaat en daar dan noodgedwongen zijn groenten koopt bij een Koreaan, zal vroeg of laat verrast zijn door iets wat die Koreaan zegt. Eerst zal hij dan redeneren dat alle Koreanen hatelijk zijn, behalve de groenteboer. Maar dan zal hij zijn vrouw en vrienden ontmoeten, en op den duur zal hij inzien dat we allemaal mensen zijn. Iets wat driejarigen perfect aanvaarden en aanvoelen, maar wat we als volwassenen uit het oog verliezen. We weten intellectueel wel dat we allemaal naasten zijn, maar we handelen er niet naar. Helaas doen we in Amerika op dit moment het tegenovergestelde: we polariseren. We drijven de verschillen op de spits: de blauwe staten tegen de rode staten, de antiabortus tegen de abortusbeweging, rechts tegen links, de ene religie tegen de andere.”Crash roept veel vragen op, maar hebben we niet eerder antwoorden nodig?

”Ja, er is nood aan antwoorden. Maar de kijkers moeten hun eigen antwoorden vinden.
Het is niet de taak van de schrijvers en de filmmakers om hen de antwoorden voor te kauwen. Als ik de antwoorden kende, dan moest ik ze maar op een billboard samenvatten of een documentaire draaien. Als filmmaker wil ik mensen een goede rit aanbieden, maar dan wel een die reacties uitlokt. Waar je na afloop een avond lang kan over discussiëren. Een film die iedereen goed vindt, maar waar we na vijf minuten over uitgepraat zijn, is in mijn ogen een flop.”

Niels Ruëll in De Standaard – 5 oktober 2005

Ook in Filmmagie nr. 556