FilmMagie-logo-white

Babel

(2006,
Frankrijk, USA, Mexico)
(2006,
Frankrijk, USA, Mexico)
2007

Regisseur

Alejandro González Iñárritu

Producer

Jon Kilik, Steve Golin, Alejandro González Iñárritu

Scenario

Guillermo Arriaga, naar een idee van Arriaga, Gonzales Iñárritu

Acteurs

Richard – Brad Pitt, Susan – Cate Blanchett, Santiago – Gael Garcia Bernal, Yasujiro – Koji Yakusho, Amelia – Adriana Barraza, Chieko – Rinko Kikuchi, Ahmed – Said Tarchani, Yussef – Boubker Ait El Caid, Debbie – Elle Fanning, Mike – Nathan Gamble, Anwar – Mohamed Akhzam, Tom – Peter Wight, Hassan – Abdelkader Bara, Abdullah – Mustapha Rachidi, Alarid – Driss Roukhe, Officer at Border Crossing – Clifton Collins Jr., Luis – Robert Esquivel, John Border Patrol – Michael Pena, Mitsu – Yuko Murata, Kenji – Satoshi Nikaido

Cinematografie

Rodrigo Prieto

Montage

Muziek

Gustavo Santalolalla

Prijzen

Filmduur

142 min

In AMORES PERROS en daarna in 21 GRAMS, de vorige ensemblefilms van de Mexicaanse regisseur Alejandro González Iñárritu, was het een verkeersongeval dat als scharniermoment of snijpunt fungeerde voor de levenslijnen van diverse personages, die voor de rest en tot dat moment niets met elkaar te maken hadden. In BABEL, het derde luik van zijn noodlotstrilogie, is het een verdwaalde kogel die een onafwendbaar mechanisme in gang zet.
Het procedé is dus niet nieuw, maar het werkt nog altijd, temeer omdat regisseur Iñárritu en zijn vaste scenarist Guillermo Arriaga hun verhaal deze keer een mondiale context hebben meegegeven. Als Aki Kaurismaki automatisch verbonden wordt met de term minimalisme hanteert, dan mag het werk van Alejandro González Iñárritu zo stilaan aan het begrip maximalisme gelieerd worden.
BABEL werd gedraaid in vier talen, op zeer diverse locaties -Marokko, San Diego, Tokio- op drie continenten. En in de ensemblecast zitten zowel onbekende acteurs, niet-professionelen als grote sterren, zoals Brad Pitt, Cate Blanchett en Gael Garcia Bernal. Maar de hoofdrol is weggelegd voor het fatum. De opmerkelijke dialoogzin uit AMORES PERROS: “Als je God aan het lachen wil brengen moet je hem over je plannen vertellen”, zou daarom opnieuw perfect passen in het intense noodlotsdrama BABEL.
Het door elkaar weven van al die verhaal- en levenslijnen lijkt misschien een scenariotruc, maar het is zeker geen formele spielerei. Het biedt vooral de mogelijkheid om een rits actuele en existentiële thema’s – relatieproblemen, immigratie, armoede, disfunctionele families, terrorisme – op een naadloze manier met elkaar te verbinden. Voor deze film werd Iñárritu dit jaar in Cannes gelauwerd als beste regisseur.
Volgens Van Dale betekent ‘een toren van Babel bouwen’ dat men aan iets groots begint dat niet te voltooien is. Maar deze filmtoren van Babel blijft moeiteloos overeind.

Jan Temmerman – De Morgen 15 11 2006

INTERVIEW
Alejándro Gonzalez Iñárritu is stilistisch en inhoudelijk een van de laatste grote filmauteurs.
Zijn hartverscheurend mooie meesterwerk BABEL is in geen geval te missen.
Zelden is er op het festival van Cannes zo’n grote consensus over de Gouden Palm geweest als in 2006: de prijs moest en zou naar BABEL gaan. Een film die maatschappelijke relevantie koppelt aan stilistische pracht en met een grote emotionele impact. Wat wil een mens nog meer?
Alleen de juryleden dachten er anders over, en hielden het bij de regieprijs.
Peu importe. Het prachtige mozaïekdrama over het menselijke onvermogen tot echte communicatie en begrip is een parel die Iñárritu’s voorgangers AMORES PERROS (2000) en 21 GRAMS (2003) nog overtreft.

BABEL is minder rauw dan AMORES PERROS en 21 GRAMS, en qua verhalende structuur minder gecompliceerd. Een bewuste keuze?

Alejándro Gonzalez Iñárritu: “Een natuurlijke keuze. Ik wilde niet nog eens zo’n donkere film maken, ik wilde wat meer hoop tonen, een straaltje licht op het einde. En wat die complexiteit betreft: ik hou van radicaal gefragmenteerde verhalen, zoals 21 grams – zelfs al riskeer ik daarmee dat sommige mensen niet meer kunnen volgen. BABEL was er gewoon niet de juiste film voor. Met al die verschillende talen en die sprongen van het ene continent naar het andere, hebben de hersenen van de toeschouwers al genoeg te verwerken.”

De weinige mensen die niet weg zijn van de film, mopperen dat BABEL qua opbouw wel erg op uw vorige films lijkt. Helemaal ongelijk hebben ze niet.

“Het is een triptiek, maar toch zijn de drie films voor mij heel verschillend. Natuurlijk zijn er wat gelijkenissen, dat is nu eenmaal de schaduw van iedere individuele artiest: die kun je niet uitschakelen. Ik kopieer mezelf soms, maar alleen als ik vind dat ik iets goed doe. Want als het goed is, waarom het dan niet nog eens gebruiken?”
Wat trekt u zo aan in die verhaalstructuur waarbij diverse paden en lotsbestemmingen elkaar kruisen?
“We kunnen één realiteit niet begrijpen zonder de realiteiten van anderen onder ogen te zien. Mensen worden bepaald door wat ze hebben meegemaakt, wat hen in hun specifieke straatje heeft geduwd. Dat proces blootleggen vind ik interessant. Bovendien heb ik last van ADHD. Als ik me op één ding probeer te concentreren, ben ik al met een ander bezig. Het zou voor mij een ramp zijn om een film van twee uur te maken over één personage. Ik spring graag van de hak op de tak, daarom maak ik de films die ik maak.” (lacht)

Bent u ervan overtuigd dat we allemaal onderdeel zijn van een groter plan?

“Dat is wat te sterk uitgedrukt. Maar mensen zijn wel allemaal schakels in een ketting. Al wat je doet, hoe pietluttig ook, heeft gevolgen voor iemand anders en via die andere op weer iemand anders – soms veel meer dan je kunt vermoeden. Als één schakel breekt, is niet alleen die ene schakel kapot, maar de hele ketting. Ik vrees dat de mensheid op dit moment een erg kapotte ketting is. Te veel schakels zijn te vaak gebroken. Tussen mensen onderling, tussen landen. Dat zouden we kunnen oplossen door beter te communiceren. En over ons onvermogen om te communiceren gaat deze film.”

Dat onvermogen om te communiceren is duidelijk niet alleen een taalkwestie.

“Zeker niet. Het grote probleem dat de mensheid bedreigt, is niet dat we andere talen spreken, maar het zijn de muren die we tussen elkaar bouwen, figuurlijk of letterlijk.
Ik heb het over de muur die mijn dochter belet om met mij te spreken over sommige emotionele dingen.
Maar ook over de muren die mensen doen denken dat ze met een ander niet kunnen praten, omdat die moslim of jood of Mexicaan is – en moslims of joden of Mexicanen zijn zus en zo, dat is toch algemeen geweten?
Dergelijke clichés en vooroordelen lijken wel onuitroeibaar, en de media dragen nog aanzienlijk bij tot een groei van dat onbegrip. Daarover gaat Babel uiteindelijk: dat regeringen en mensen hetzelfde doen: zinloze muren bouwen tussen elkaar.”

Op 140 minuten brengt u eigenlijk vier films, en toch hebben ze allemaal een grote emotionele diepgang. Hoe doet u dat?

“Dat kan ik moeilijk uitleggen. Door geen tijd te verdoen aan onnodige beuzelarijen, veronderstel ik. Per verhaallijn heb ik slechts een klein half uurtje, alles bij elkaar geteld. Alleen de Japanse episode haalt dik veertig minuten. In dat korte bestek probeer ik de mensen de indruk te geven dat ze een volwaardige film gezien hebben, met personages die ze mee naar huis nemen.”

Met welk verhaal is BABEL begonnen?

“Ik liep al lang rond met het idee om een film te maken die zich afspeelde in vijf werelddelen en in vijf talen, over mensen die een beslissing nemen die gevolgen heeft tot aan de andere zijde van de wereld. Na ‘21 grams’ legde ik het idee voor aan Guillermo Arriaga, de scenarist. Die was toen zelf net een verhaal aan het schrijven over twee jonge Marokkaanse berbers die al spelend een vreselijke fout maken. Hun episode is dus eigenlijk het beginpunt van BABEL, waarop zich dan het verhaal van het Amerikaanse echtpaar op reis ent. Toen dacht ik: zou het niet stom zijn een film te maken die zich over de hele wereld afspeelt, zonder iets te zeggen over de schandalige toestanden die zich in mijn buurt voordoen – ik leef in Mexico, niet zo ver van de grens met de VS. Vandaar mijn verhaal over de Mexicaanse kuisvrouw die zich als een kindermeisje ontfermt over die Amerikaanse rijkeluiskinderen, en daarmee in een vreselijk avontuur belandt.
Het Japanse luik kwam er als laatste bij. Ik wilde al lang iets doen in Japan. Het idee kwam van een tafereel dat ik zag in een mooi bergdorp in de buurt van Tokio: een oude man die zorgde voor een vijftienjarig achterlijk meisje, dat langzaam stapte en ongemakkelijke keelklanken uitstootte. Hij behandelde haar met zoveel waardigheid, medeleven en liefde, dat mijn hart brak. Vervolgens kwam er een periode dat ik overal doofstomme meisjes tegenkwam – het leek haast een voorteken. En nog wat later had ik een bizarre erotische droom over een Japans meisje in een tandartsenkabinet. Toen besloot ik die vreemde gedachten in mijn geest door elkaar te klutsen. En opeens besefte ik dat gebarentaal van doofstommen ook een taal is, net als Engels, Spaans, Japans of Berbers: zo had ik meteen mijn vijfde, universele taal.”

De opnames moeten een buitengewoon diverse ervaring geweest zijn.
Het ene moment werkte u met beroemde filmsterren als Brad Pitt en Cate Blanchett, het andere met onervaren debutanten.

“Dat was de grote moeilijkheid. Als je met Brad Pitt werkt, wil je hem zover krijgen dat hij Brad Pitt, de ‘filmster’ thuis laat en als Brad Pitt, de ‘acteur’ naar de set komt. Dat is niet altijd eenvoudig. Maar het is nog moeilijker om aan twee jongens uit een dorp in de Atlas – die nog nooit een filmcamera van dichtbij gezien hebben en uit honderden gezichten in het dorp zijn gekozen – uit te leggen hoe ze natuurlijk moeten acteren. Via bemiddeling van een tolk dan nog. Het contrast tussen die twee aanpakken was extreem.”

Als het werken met een echte filmster moeilijk is, waarom koos u dan voor Brad Pitt?

“Omdat hij een icoon is met de uitstraling van de typische Amerikaanse man, een figuur die echt de VS kan voorstellen in een verhaal. Bovendien is hij een uitstekende acteur. Dat valt alleen niet zo op, omdat hij zelden of nooit in goede karakterdrama’s speelt.”

De episodes in Marokko en Japan voelen even authentiek aan als die in uw eigen Mexico. Hoe doet u dat?

“Ik probeer in een ander land goed te observeren en te absorberen. Ik heb op de set nog zowat dertig procent van het scenario aangepast. Als de acteurs zelf suggesties doen, sta ik daar voor open. Ik pik er niet voor niets lokale acteurs uit: ze kennen de subtiliteiten beter dan ik.
Een voorbeeldje: in de film steekt het doofstomme Japanse meisje haar middelvinger op als ze uit het volleybalteam gegooid wordt. Dat is al vrij ongehoord, maar het is dan ook een felle meid. In het oorspronkelijke scenario zei ze in gebarentaal fuck you, maar daar hebben de Japanners een stokje voor gestoken. Dat zou geen enkele Japanner ooit doen, zeiden ze, wij kennen daar zelfs geen woorden voor. Dus zit het er niet in.”

U vormde drie films lang een tandem met de scenarist Guillermo Arriaga, maar nu gaan jullie uit elkaar.

“Ik heb geen ruzie met Guillermo. Wij hebben een triptiek afgesloten, en hij wilde graag andere dingen gaan doen. De pers behandelt het alsof het een echtscheiding is, maar wij hadden nooit gezegd dat we levenslang samen zouden blijven. Guillermo heeft onlangs het scenario voor the ‘Three burials of Melquiades Estrada’ geschreven. Prima film, maar duidelijk de film die Tommy Lee Jones wilde maken. En zo hoort het ook. Iedere film is in de eerste plaats het kind van een regisseur, wie ook het scenario geschreven heeft. Het eerste wat ik regisseer, is trouwens het scenario: ik stel er vragen over, ik ontwikkel het verder. Als het scenario scheef zit, is de regisseur daar de eerste en enige verantwoordelijke voor. Idem dito voor de fotografie, de muziek, de acteerprestaties. Als je niet houdt van mijn films, geef mij de schuld. En als je er wel van houdt, geef mij dan in de eerste plaats de verdienste.’

Steven de Foer – De Standaard 15 11 2006.
Ook in Filmmagie nr. 568